De Indonesiërs, die een flinke prijs op zijn hoofd hebben gezet,
móesten zijn bezoek aan Irian Jaya wel toelaten. Want Dicky Sarwon
kwam mee met de minister van Buitenlandse Zaken van Papua New
Guinee, Maore Kiki. Maore Kiki was uitgenodigd voor een bezoek aan
Irian Jaya en een gesprek met Adam Malik, de Indonesische minister
van Buitenlandse Zaken.
Niet te geloven
Het ging als een lopend vuurtje over Biak, door Jayapura, Sorong,
Manukwari, Fak-Fak, Merauke: Dicky Sarwon is terug. Dat was ongeveer
hetzelfde als wanneer Nicolaas Jouwe, het hoofd van de
Bevrijdingsbeweging vanuit zijn ballingschap weer zou keren. Het was
niet te geloven en daarom kwamen er een paar duizend Papoea's
kijken.
Het hield bij kijken op. Want Dicky Sarwon kreeg gedurende de tien
dagen van liet bezoek geen enkele kans om met iemand te spreken. Hij
mocht niemand een hand geven, geen telefoongesprekken voeren, geen
brieven in ontvangst nemen. Hij mocht alleen praten met minister
Maore Kiki en toen, bij zijn vertrek, een menigte Papoea's te
begerig werd om zijn hand te drukken, werden zij uiteengeslagen.
Smerige moppen
In Port Moresby, de hoofdstad van Papua New Guinee, zegt een
verbitterde Dicky Sarwon: ,,Zelfs mijn slaapkamer moest ik delen met
twee Indonesische veiligheidsagenten. Ik moest naar hun smerige
moppen luisteren, tot ik er doodziek van werd."
En: ,,De stomste streek die de Indonesiërs uithaalden was, dat zij
in Jayapura een voetbalwedstrijd organiseerden tussen een militair
elftal en een elftal uit Papua New Guinee. Alle Papoea's uit
Jayapura juichten voor hun vrienden uit Papua New Guinee. Mijn
bewakers zeiden: jammer dat we ze niet overhoop mogen schieten."
Een schoonheidsfoutje in de regie van onderdrukking en
volkerenmoord, zoals de Papoea-nationalisten beweren?
Minister Malik kwam, zo vertelde hij me in Djakarta, met minister
Maori Kiki overeen, dat de 500 vluchtelingen uit Irian Jaya, die in
Papua New Guinee wonen, wat hem betreft terug mogen komen. Zij
zullen amnestie krijgen voor alles wat zij eventueel tégen de
Indonesiërs hebben misdreven, mits zij beloven mee te werken aan de
opbouw van Irian Jaya.
Een belofte - - een afspraak?- - met grote vraagtekens.
„Staatloos"
De 500 vluchtelingen, die sinds 1963 de grens overstaken, leven in
Papua New Guinee als staatloos. Zij moeten ieder jaar een nieuwe
verblijfsvergunning halen. Dan moeten zij papieren tekenen, waarin
staat dat zij zich
niet met binnen- of buitenlandse politiek mogen bezighouden. Dat zij
dus ook niet mogen ijveren voor de onafhankelijkheid van hun
moederland.
Een ,,verboden" uitspraak in Papua New Guinee: ,,In plaats dat Papua
New Guinee onze verzetsstrijders steunt, vervolgt men hen. Tot nu
toe hebben wij geen enkele steun gekregen van ,,onze broeders'', die
toch op hetzelfde eiland wonen en tot hetzelfde ras behoren."
Onmenselijk wordt de grensovereenkomst genoemd, die in 1973 tussen
Papua New Guinee — onder druk van Australië en Indonesië gesloten
werd. Daarin staat, dat New Guinee alle vluchtelingen die vanaf dat
ogenblik nog de grens overkomen, terug zal sturen. En dat betekent
voor hen een vrijwel zekere vernietiging.
Smeekbede
Vorige week vrijdag, op de dag dat onze eerste reportage verscheen
over de massamoord op 85 Papoea's op Biak, bereikte onze krant een
telefonische smeekbede om hulp uit Papua New Guinee, afkomstig van
een vluchteling, die ondanks alle gevaren nog steeds probeert iets
voor zijn onderdrukte volk te doen.
Er waren 16 vluchtelingen die week gearresteerd, voor de rechtbank
gesleept en tot 6 weken gevangenisstraf veroordeeld wegens illegale
grensoverschrijding. Na het uitzitten van die straf, zouden zij
worden teruggestuurd, of daar nou internationaal niets aan te doen
viel. Ik ken de persoonlijke omstandigheden van de man die opbelde.
Hij moet voor dit telefoongesprek veel geld geleend hebben.
Zestien mensen die teruggestuurd zullen worden. En dan? Het
parlementslid Jan Kamunandiwam werd al gearresteerd nadat hij een
afspraak met me had gemaakt. Op 14 september. En dit weekend, bijna
een maand later, was hij nóg niet vrij. Een Indonesisch
bestuursambtenaar in Jayapura, begaan met het lot van de Papoea s:
„Hij zal ook niet. meer vrijkomen."
Uitsterven
,,Uitsterven is hun toekomst, vergetelheid hun verleden." Niemand
zal. dat is voorspelbaar, ooit nog iets vernemen over het lot van
die zestien Papoea's, die over vijf weken teruggestuurd zullen
worden: wéér 16 Papoea's minder.
De bange vraag van vluchtelingen in Papua New Guinee: hoe lang
blijven zij nog staatloos? Zal Papua New Guinee bereid zijn
broedermoord te plegen door hen, wanneer Indonesië dat ter wille van
de goede verstandhouding vraagt, terug te sturen? Op die vraag is
nog nooit een duidelijk antwoord gekomen. Niet van president Somare
van PNG, niet van minister Maore Kiki.
Een vluchteling: ,,0nze angst voor de toekomst houdt onze monden
gesloten. Wij zijn, zelfs hier, in dit gastvrije en welvarende land,
geen vrije mensen."
In de tang
Geen vrije mensen: zij mogen zich niet uitspreken over wat zij bijna
zien gebeuren. Zij mogen zich niet met politiek bemoeien zonder gevaar
te lopen nu al het land uitgezet te worden. Zij mogen — en kunnen — op
geen enkele manier de 200 OPM'ers in de bossen aan de grens steunen.
Elke Papoea zit aan alle kanten inde tang.
..Gisteren in de steek gelaten, morgen dood'', zegt mijn Indonesische
bestuursambtenaar, de enige die ik ontmoette met wat medeleven in z'n
hart. Hij zegt het op een kantoortje in Jayapura, het vroegere Hollandia,
een stad in wording, er wordt veel gebouwd, er komt nieuwe welvaart.
Chinezen, Makassaren, Javanen. Sumatranen en bijna geen Papoea's.

|
|

Jayapura ontwikkelt zie tot een flinke handelsplaats Er wordt veel gebouwd, maar de handel is voornamelijk in handen van Chinezen en Makassaren.
Van de 100.000 scholieren zijn er in Irian Java nog maar 30.000 Papoea's, die natuurlijk geen Papoea's genoemd worden, want Papoea is een scheldwoord. ,,Gemengde" huwelijken --Papoea's-Indonesiërs — zijn aan de orde van de
dag. En zelfs waar ,.de wilden" wonen, de 200.000 in het stenen tijdperk
levende Papoea's, worden al moskeeën gebouwd voor de ,.vreemdelingen".
Vanuit officieel Indonesisch standpunt gezien is dit een zeer normale
ontwikkeling. Er is helemaal geen tragedie, er is geen volkerenmoord. Er
is geen sprake van terreur, onderdrukking. De geleide democratie is in
Irian Jaya niet anders dan op Java of Surnatra.
Het standpunt van Djakarta: Irian Jaya is een provincie van Indonesië.
De kern van het tweede vijfjarenplan, dat zojuist is ingegaan, is
gericht op Eenheid en Nation Building. In die hopeloze hoeveelheid
volkeren, talen, toekomstvisioenen en verlangens moet eenheid gebracht
worden. Alle elementen die dat streven in gevaar brengen, moeten
verwijderd worden.
Dat waren de communisten, dat zijn de nationalistische Papoea's en
Molukkers.
De ambtenaren van Irian Jaya hebben kortgeleden een
loyaliteitsverklaring moeten tekenen ten opzichte van Djakarta. Zij zijn
bovendien gescreened op hun politieke instelling — de kosten van die
screening werden van hun salaris afgetrokken. Bovenaan op elke
conduitestaat van iedere ambtenaar behoort te staan: trouw aan de
generaals. Bemoeit zich niet met politiek.

Een tiende deel van het ambtenarenkorps en van het bedienend personeel in de banken is Papoea van oorsprong.
Leraar
Een gesprek bij Jayapura over de economie in Irian Jaya. Lokatie: een
zaaltje achter een kerkgebouw. Mijn informant deze keer is een leraar,
een Papoea — „wij hebben ons salaris van vorig jaar nog niet gehad"—die
door zijn functie inzicht kan hebben. Hij schuift nerveus op zijn stoel.
De reden is snel duidelijk.
Ik heb mijn taxichauffeur la ten wachten. Hij zit thee te drinken op de
veranda, binnen gehoorsafstand. Mijn informant heeft uitzicht op zijn
achterhoofd en vraagt me tenslotte of we niet in de achterkamer verder
kunnen praten, zodat de taxichauffeur niet mee kan luisteren.
Zitten we in Moskou? In een Baltisch land?
,,De macht van de taxichauffeurs is groot", zegt mijn informant.
,,Vergeet niet: een woord van wie dan ook en ik zit voorlopig achter de
tralies." De avond is net gevallen over het schitterende Centanimeer.
Het geluid van een paradijsvogel is in de verte hoorbaar.
Geen bommen
Het gesprek dat nu ook nog op zachte toon wordt voortgezet, gaat niet
over het leggen van bommen. Niet over 'n op handen zijnde staatsgreep na
de studentenrellen in Djakarta. Niet over de kloof tussen rijk en arm
die steeds maar groter wordt. Niet over madame 10 procent, zoals mevrouw
Soeharto vanwege haar onnoemelijke rijkdommen tegenwoordig spottend
wordt genoemd.
Nee, het gaat.om wat economische gegevens, die overigens NIET te krijgen
zijn.
,,lk ben de hele dag op de universiteit geweest, maar ik heb geen harde
cijfers kunnen vinden", zegt mijn zegsman. „De belangrijke ontginningen
— OPM-ers: „het leegroven van ons land" — zijn pas in de laatste jaren
goed op gang gekomen hout, olie, koper. Australische en Amerikaanse
maatschappijen. Japanners in de bossen en in de garnalen vangst."
Geen harde cijfers. Wel geruchten. Slechts 13 procent van wat Indonesië
uit de bodem van Irian Jaya laat halen — en betalen — komt ten goede aan
Irian zelf. Een postbeambte: ,,en daarvan verdwijnt weer een groot deel
naar bankrekeningen buiten Irian."
Geen inzicht
In de Straat van Sele zijn oliebronnen die 23.000 barrel olie per dag
leveren tegen, een beweerde concessieprijs van ruim 10 dollar per
barrel. De koperberg bij Mamika, in het zuiden, zou goed zijn voor
32.000 ton koper per maand. Volgens ingewijden zijn er op dit ogenblik
65 houtconcessies uitgegeven en hebben Japanners praktisch hel
alleen-visrecht.
Een afgestudeerde economie-student: „Wij beklagen ons allang, dat wij
geen inzicht kunnen krijgen over wat er uit Irian gehaald wordt en over
wat er ingestopt wordt. Volgens mijn cijfers kost het bestuur van Irian
15 miljoen dollar per jaar en ontvangt onze provincie slechts 5 miljoen
voor de ontwikkeling.
Dat is verschrikkelijk weinig." Er wordt véél meer uitgehaald. Hij is
een Papoea. Hij studeerde zes jaar in Djakarta en is van mening, dat hij
zich niet met politiek moet bemoeien. Ook hij. zegt: „Irian is nu
eenmaal een provincie van Indonesië. Onze rijkdommen en bodemschatten
moeten aan het hele rijk ten goede komen. Djakarta heeft de taak het te
verdelen. Dat wordt gewetensvol gedaan."
Volop leven
Volgens hem is de kwaliteit van het leven in Irian Jaya na de. terugval
onder Soekarno de laatste jaren sterk vooruitgegaan. In 1966, vlak
voordat .ik naar Djakarta ging om te studeren, was het hier
verschrikkelijk. Er was niets te koop, er was geen geld, de winkels
waren leeg.
Nu is er volop leven, er wordt behoorlijk — 65 dollar per hoofd per jaar
— verdiend, de verbindingen zijn verbeterd en er is veel meer handel en
industrie. ..We zijn op de goede weg, vanuit het standpunt van Djakarta
bezien."
„Maar wat die Papoea's betreft, die moet je vergeten. Ik voel me — zelf
ook geen Papoea meer, ik ben Indonesiër. En zo moesten alle Papoea's
zich voelen. Indonesiër. Laten de Papoea's meedoen aan onze Nation
Building.
Laten ze hun kinderen naar onze padvinderij sturen, die is de grootste
ter wereld. Dan komt het echt wel in orde. Dan zijn er over een paar
jaar geen problemen meer."
|