Disclaimer

naar vorige pagina

Expeditie Sterrengebergte 22 mei 1959

BASISKAMP SIBIL. - De helicopterverbinding met Tanah Merah is er. Zelfs de ergste pessimist is nu overtuigd, dat er helicopters bestaan en dat zij nog vliegen kunnen ook. Zo nu en dan hadden wij al bericht gekregen, dat er een kleine kans bestond, dat er een helicopter zou komen, maar dat bleek "loos alarm" te zijn. Op 28 april scheen het ernst te worden, want toen kwam de vraag om de volgende dag met onze speciale zend- en ontvangstinstallatie in de lucht te komen. Nu was er één moeilijkheid en wel dat de P.T.T. in Hollandia geen gebruiksaanwijzing bij de apparatuur had verstrekt. Vermoedelijk was er iets niet in orde, want bij vorige pogingen om uit te luisteren, hoorden wij niets en na een paar tellen sloeg de ontvanger uit.

NIETTEMIN WERD op 29 april om elf uur begonnen met op te roepen: "Hier Sibil, Sibil, Sibil, voor helikopters, voor helikopters". Antwoord kwam er niet. Elk half uur werd het weer geprobeerd. Om half twaalf hoorden wij een zacht en onverstaanbaar gepraat, en even na twaalf uur vingen wij ’n verstaanbaar bericht op. Een helikopter was uit Katem vertrokken en zou trachten de Sibilvallei binnen te vliegen. Op het Vliegveld hadden alle deelnemers zich verzameld om dit heuglijk gebeuren mee te maken en te fotograferen. Zo staarde iedereen naar het zuidoosten, naar de pas waar de helikopter moest verschijnen. Het werd kwart over twaalf, tien voor half een en er was niets te zien. Integendeel, het zag er naar uit, dat de pas dicht trok en dat wij tevergeefs zaten te wachten. Een enkele pessimist trok naar het bivak terug. Vijf voor half een nog niets, maar toen een wild gejoel van de Sibillers: de helikopter was in zicht, maar hij kwam uit het noordoosten. Men was wat verder de Digoel langs gevlogen en kwam nu over het Oriongebergte achter ons kamp. Zo was het dan toch gelukt en ik mag wel zeggen, dat wij allen een zucht van verlichting slaakten, toen de "helkop" op ons vliegveld stond. Er werden vele foto’s gemaakt en er werd gefilmd, alsof er alleen maar persfotografen en televisie-cameralieden in de Sibilvallei waren. Met deze vlucht kwam overste Venema mee om hier verder de technische kant van de expeditie te verzorgen.
Nu de eerste vlucht gemaakt is zal de regelmatige verbinding spoedig tot stand komen, en daarmee zal ook de opvoer van uitrusting en voorraden versneld kunnen worden. De helikopters hebben al 100 uur gevlogen voor de expeditie, maar dan op het traditionele Tanah Merah-Kawakit (eigenlijk Goagit geheten) kloofbivak aan de Oost-Digoel-Katem.
De geologische groep van dr. Ch. B. Bär heeft het zwaarder gehad dan verwacht was. Het kostte meer tijd om de weg van Kawakit naar Katem te banen en clearings te kappen dan vooraf was geschat. In plaats van drie weken duurde deze tocht een maand. Het was ook niet de bedoeling om in de kortst mogelijke tijd door te hollen. Onderweg werd geologisch onderzoek verricht. Binnenkort begint nu de tweede fase: de tocht naar de Antares (4.170 m). Van twee kanten zal deze top worden aangevallen. Langs de Ok Iwoer van Katem uit zal de ploeg van het kadaster de weg banen voor de botanisch-zoölogische groep. De geologische groep trekt van Katem naar het noordwesten, naar Selalabo, en gaat dan oostwaarts naar de Antares . Bij deze geologische groep zullen zich de geomorfoloog dr. H. Verstappen en de bodemkundige Ir. J. J. Reynders aansluiten.
Inmiddels hebben wij hier in Sibil niet stil gezeten. De ethnoloog dr. J. Pouwer en de taalkundige dr. J. Anceaux kwamen na een verblijf van vijf dagen in de kampong Kigonmediep terug naar Sibil. Zij bleven drie dagen in het basiskamp om de verkregen gegevens te verwerken en vertrokken toen nogmaals naar Kigonmedien. Het schijnt hen daar goed te bevallen. Op 24 april klonk er over het dal een luid gezang, de mannelijke jeugd had een dansfeestje georgamseerd ter ere van de bezoekers en dat ging met veel lawaai gepaard.

Levende have

DE ZOöLOOG DR. W. Vervoort, de bodemkundige ir. J. J. Reynders en de geomorfoloog dr. H. Verstappen maakten met de administratief ambtenaar W. Herberts een tocht over het Oriongebergte naar de Ok Tsiop. Vier dagen bleven zij weg, zij genoten van steile hellingen, modder en regen, maar ook van fraaie uitzichten op het gebergte ten noordoosten van de Ok Tsiop. Een gemakkelijke tocht was ook dit niet. Er was veel regen en die maakte de hellingen glad, zodat het klimmen moeilijk werd en afdalen overging in naar beneden glijden. Een dag moest men in het bivak blijven, omdat het de gehele dag stroomde van de regen en het zicht niet veel meer dan tien meter bedroeg. Een aantal kampongs werd bezocht waarbij enkele waar nog nooit een bestuursambtenaar was geweest. Wel hebben deze kampongs handelscontacten naar het noorden en naar het zuiden.
Zo werden ijzeren bijlen gezien, die door handel waren verkregen uit het gebied ten zuiden van Hollandia. De bevolking was eerst wel wat gereserveerd maar spoedig werd men gastvrij in huis ontvangen. Er werden bataten gepoft en aangeboden. Zelfs kwam aan het einde van de dag de huisvrouw uit de tuin terug en zij kwam ook in huis bij het vuur zitten. Zij was wel wat verlegen, zoals meestal hier. Tenslotte kwam ook nog het varken binnen en nam zijn plaats in. Het nadeel van dit bezoek was, dat onze mensen een vrij onrustige nacht hadden, want er was vrij veel levende have meegebracht: vlooien en luizen. Deze verkenning heeft ons enkele plaatsen leren kennen voor een bivak in een gebied, waar goede gelegenheid is voor zoölogisch- en botanisch onderzoek. Voor training zijn dergelijke tochten ook uitermate geschikt. Gewoon lopen is in dit terrein al moeilijk, maar als men dan nog over een glibberige boomstam moet lopen, die als brug over een klein ravijntje wordt gebruikt, is enige zelfverzekerdheid en vastheid van voet wel nodig. Gelukkig kan men beginnen te oefenen op stammen, die op de grond liggen en als men daar afvalt komt men toch maar in de zachte modder terecht. Later kunnen dan de moeilijker oefeningen worden gemaakt. Het is merkwaardig, te zien hoe gemakkelijk de Papoea’s over dergelijke stammen lopen. Met grote zekerheid gaan zij ook door de rivieren, springend van steen tot steen, terwijl wij met moeite de stenen onder water ontdekken en er dan nog afglijden. Het is dan ook raadzaam kostbare dingen als fototoestellen en filmcamera’s door een Sibiller te laten dragen, De kans is dan groter, dat zij veilig aankomen.

Gerechtigheid

DE AFGELOPEN week was niet zonder opwindende elementen. De Twin Pioneer landde hier tweemaal, maar toen was het dan ook mis. Tijdens het taxiën zakte het linker wiel door de grasmat heen en het vliegtuig kwam scheef op de baan tot stilstand. Gelukkig was er niets beschadigd en met wat graafwerk en de kracht van de motoren kwam het toestel spoedig weer vrij. Voorlopig was het echter uit met Twin-Iandingen. Het merkwaardige was, dat er maar weinig regen was gevallen (9 mm) en wij dus ver onder de regenrestrictie (20 mm) zaten. Nu is er enige tijd geleden een bandjir geweest, waarbij het water in de Ok Sihil zo hoog kwam te staan, dat het hele vliegveld onderstroomde. Volgens de Sibillers was dit slechts gerechtigheid, want voor de versteviging van het veld waren rolstenen uit de rivier gebruikt en over deze stenen behoort water te stromen. Dat ziet er voor ons bivak dan slecht uit, want al onze paden en vloeren zijn met grint uit de rivier bedekt. De overstroming heeft op het vliegveld een laagje slib afgezet, dat het niet beter heeft gemaakt. Bi.i de aanleg schijnt men niet altijd de zachte humuslaag te hebben afgegraven en dat geeft hier en daar zachte plekken. Er wordt nu hard aan de verbetering gewerkt. Slechte stukken worden uitgegraven, de humus weggedragen en in elk gat worden eerst grote stenen gelegd, dan kleinere stenen en grint en tenslotte wordt er leem opgebracht. Het geheel wordt aangestampt en met een dikke, zware boomstam gewalst. Zo wordt het veld steeds beter. Het wachten is nu op de volgende landing. De laatste dagen hadden wij maar weinig regen en het vliegveld kan dus mooi opdrogen. Het is echter meestal zo, dat met mooi weer de Twin geen tijd heeft en dat tegen de dag, dat er een vliegtuig moet komen, het ook weer begint te regenen. Zo zitten wij nu met zorg naar wat donkere wolken te kijken. Wij hopen van harte dat zij zullen overdrijven en dat de regen nog enkele dagen wegblijft.
De vorige week gaf ook levendigheid, omdat op een dag verschillende groepen naar het bivak terugkeerden. Een luid gejoel aan de overkant van de rivier kondigde de terugkomst van de dragers aan, die met de politie naar Katem waren geweest. Zij kwamen vol enthousiasme hun loon halen: een kapmes. Even later verschenen de heren Anceaux en Pouwer. In het begin van de middag weer gejoel en zelfs een paar geweerschoten om ons de terugkomst te melden van de groep, die naar de Ok Tsiop was geweest. De Europeanen zien er altijd enigszins verfomfaaid uit bij hun terugkomst: de broekspijpen tot aan de knieën onder de modder, de hemden doorweekt van de regen of als het zonnig is van de transpiratie.
De groep van de Ok Tsiop had wel enig werk, voor zij weer in het bivak konden gaan wonen, want alles wat zij aan kleding en slaapzakken hadden meegenomen, moest grondig met een insectendodend middel worden bewerkt. Niettemin ontsnapte er nog wel wat van hun levende have en zo konden wij daar van mee genieten. Enkele deelnemers trachten in het opsporingsblad van de politie te komen door er met hun ongeschoren gezicht als landlopers uit te zien. Kijken zij toevallig in een spiegel, dan werkt dat soms heilzaam en gaan de stoppels er weer af, anderen trachten echt een baard te laten groeien. Maar een verblijf in een kamponghuis met vlooien en luizen moedigt het scheren gelukkig aan.

Rondleidingen

BEZOEK KRIJGEN wij nog steeds en daarbij worden door de Sibillers rondleidingen met uitleg georganiseerd. Zo kregen wij deze week bezoek van vier mannen uit de Kiwirok (een streek hemelsbreed 20 km ten noorden van de Si bil) en van enkele mannen uit Ariemko, een kampong aan het pad naar Katem. Een Sibiller leidde hen rond langs alle huizen van het bivak en door ons huis. Of wij thuis zijn of niet, of er iemand een middagdutje doet, dat doet allemaal niet ter zake, alle kamers worden bezocht en al onze eigendommen worden geïnspecteerd. Gestolen wordt er niet. Wel worden dingen, die wij als waardeloos weggooien, meegenomen. Zo lopen hier twee kinderen rond met een loodje van de Dienst voor Invoerrechten en Accijnzen aan een touwtje om de hals. Vandaag was er een knaap met een etiket: "Een jaar garantie" als versiering. Zo wordt alles nuttig gebruikt.
Aan eten hebben wij geen gebrek, er is, voordat wij hier kwamen, voor twee maanden voeding opgevoerd. Er wordt brood gebakken en naarmate onze bakker knapper wordt in het gebruik van een uit een drum gemaakte oven, vindt dit brood meer aftrek. Een aantal mensen geeft nog de voorkeur aan kaakjes, waarvan wij grote hoeveelheden hebben meegenomen. De meeste dagen bestaat ons middagmaal uit rijst, iets wat wij ten volle apprecieren, maar soms is het Europees eten en dat wordt minder enthousiast ontvangen. Zo bestond vandaag ons maal uit erwtensoep, en zuurkool met worst. Bij de thee werden oliebollen geserveerd. Zo is het hier best uit te houden. Voor wie van een tocht in zwaar terrein terugkeert, is het leven in het basis bivak ideaal om weer bij te komen.
Met spanning kijken wij nu uit naar de opvoer van de volledige uitrusting, die tochten over grotere afstanden mogelijk zal maken.

naar vorige pagina