Morning Star - officële vlag van West Papua

Welkom
Verantwoording
Fotogallerij
Handige Links
Reageer
Gastenboek
De Judas-kus
NieuwGuinea in media
Prikbord
Bezoekersbijdragen



 


Selemantan

Van: Charles Heijnen
Date: 06 dec 2007
Time: 22:00:17

Ik heb je een foto gestuurd van de school in Merauke. Ik heb zelf op die school gezeten van 1952 tot en met 1954. In 1953 /54 is begonnen met de bouw van een nieuwe school door de RWD van Merauke. En deze werd pas opgeleverd ongeveer in 1955 /56,
In die tussentijd werden wij ondergebracht in een barak in de militaire tangsi (kamp ). De barak stond tegen over toko Amoi en schuin tegen over bibi banjar (een petjel verkookster).

In mijn beleving waren de golfplaten toen al aan het roesten. De golfplaten worden in NG altijd onbewerkt geleverd (dus niet verzinkt), meestal voorzien van een olie /vet laag. Pas na montage worden de platen gelakt. De foto is niet van mij zelf. Ik heb het toegestuurd gekregen van een oude schoolvriend, een zekere Rudi Goodliff. Volgens hem is de foto omstreeks die tijd gemaakt. Tussen 1960 en 1962 ben ik broodjager geweest. Ben vaak weg van Merauke. Of de kali maro op of de kali koembe op zoek naar herten en zwijnen (tjeleng ). We maakten dendeng asin van het vlees, en verkochten het aan de chinees.
Ook krokodillen waren onze prooi.( De huid bracht goed geld op ).
Merauke en omgeving ken ik heel goed. Die meneer die de laatste foto's van Merauke heeft ingestuurd (militair) (redaktie: Piet Luteijn), wil ik graag bedanken voor zijn bijdrage. In het militaire kamp hebben wij van 1951 tot 1953 gewoond. Mijn vader was daar hospic en werkte daar in de ziekenboog in het kamp. Daarna zijn we verhuisd naar de moppaweg.

Ik heb je verteld dat ik bezig ben met mijn jacht en visverhalen op te schrijven. Hieronder is er een:

 

Selamatan

Het was laat in de middag en het liep al tegen de avond, het was een warme dag geweest en de hitte lag nog als een deken over Merauke. Ik besloot maar om onder de mangaboom te zitten in de schaduw, want daar had ik een schommel gebouwd. Zachtjes heen en weer schommelend keek ik om mij heen, en zag de kippen van mijn moeder al gezamenlijk terug wandelen naar het grote kippenhok. Onze grote haan voorop, gevolgd door een aantal jonge hennen. Het was een mooi gezicht, moeder kloek en daarachter de kleintjes. Over de paarden hoef ik mij geen zorgen te maken, die had ik een uur geleden verzorgd en in de omrastering gezet.

Ik zat heerlijk, een beetje voor mij uit te staren, toen hoorde ik in de verte een bromfiets naderen Het was Saimin een vriend van mij. Ik riep en zwaaide met mijn armen naar hem en hij kwam het erf oprijden naar mij toe. Wij begroeten elkaar en ik vroeg hem “Saimin waar ben je geweest?” “Ik kom net bij mijn neef vandaan, heb hem geholpen met het vernieuwen van de atap dak boven zijn gudang.”

“Het was zeker een hoop werk, Saimin,”vroeg ik hem. “ Nee hoor tjali, we waren met ons drieën, een buurman van mijn neef was er ook bij “. Ik vroeg Saimin of hij wat wilde drinken. Limonade, gemaakt van uitgeperste djeruk nipis met ijsblokjes, schonk ik hem in.

Na een uur gepraat te hebben over koetjes en kalfjes, vertelde hij mij dat hij vlees nodig had voor de selamatan van zijn jongere broer, die zou dan over drie dagen worden gesunat.

Ik stelde voor om samen op hertenjacht te gaan en een paar herten te schieten. Saimin vond het een heel goed voorstel.
We besloten om naar een gebied te gaan, ongeveer dertig kilometer het bos in, daar was een grote grasvlakte van wel 5 kilometer lang en één kilometer breed, met in het midden verscheidene poelen met water. Je kunt daar van alles tegen komen, herten (rusa), kangoeroes (saham), en ook wilde varkens (tjeleng), die tegen de ochtend in de zachte modder wroeten op zoek naar voedsel. En soms kom je daar ook wilde paarden en koeien tegen. En ook casuarissen ( een grote loop vogel ). Het vlees smaakt als rundvlees.
Er was dus keuze genoeg, maar in ieder geval wij gingen voor hertenvlees. Wij spraken af om elf uur die avond te vertrekken op de brommer.

Het was tien voor elf ik startte mijn brommer en reed het erf af, met mijn jachtgeweer over mijn schouder en de patronen band om mijn middel. Deze keer nam ik mijn gladloop dubbelloops geweer mee, kaliber zestien. Een goed jachtgeweer overigens, met dit geweer kun je met hagel, lopers of met brenicker ( één kogel ) schieten Je kon het dus voor elke jacht gebruiken.
En aan de andere kant om mijn middel een scherpe parang.

Saimin woonde niet ver bij mij vandaan, een minuut of tien rijden. Toen ik bij hem aankwam, stond Saimin al op mij te wachten. “Hallo Saimin “riep ik “Jij ben ook al vroeg klaar“ “Je moet niet vergeten Tjali “zei hij “we moeten nog een heel eind rijden”. En dat was ook zo. Er waren geen verharde wegen in het bos. We moesten soms over heel smalle paden, vol kuilen en onregelmatigheden rijden. Dertig kilometer is dan een heel eind weg.

Wij reden het bos in en geloof mij, het was aardedonker. Je zag geen hand voor ogen. Het licht van onze brommers was de enige verlichting. In het begin reden wij over een vrij breed pad, maar deze hield op toen wij het strand opreden. Nu moesten wij nog een eindje over het strand. Gelukkig was het nog geen vloed, dus konden wij op het harde gedeelte van het strand rijden. Het was een waar genoegen om ’s nachts op het strand te rijden. Het was doodstil en verlaten, en in de verte hoorde je zachtjes de zee. De zwoele wind zoefde langs je oren. En af en toe zag je over de bebossing in de duinen een kalong vliegen.

Na ongeveer tien kilometer gereden te hebben, trokken we weer het bos in, en nu was het uitkijken geblazen want het pad was daar niet zo breed, het leek meer op een crossbaan. Heuveltje op en heuveltje af. Na een klein uurtje rijden waren wij op de plaats van bestemming. Wij zetten onze bromfietsen tegen een boom op slot. Saimin ging wat brandhout zoeken om een vuurtje te maken.

Na een paar uur rijden heb je toch honger en dorst gekregen,en zitten in het donker is niet zo gezellig. Als je rustig bij het vuur zit, hoor je in de verte de krekels en allerlei bosgeluiden. Inmiddels was het wat koeler geworden en de warmte van de vlammen gaven een wat behaaglijke warmte. En het eten smaakte ook beter in de openlucht.

Ik keek op mijn horloge: het was bijna twee uur, de jacht kan beginnen. Onze zaklampen met nieuwe batterijen namen we mee, want hiermee moet je de herten zien te vinden. Wij besloten de grote grasvlakte over te steken naar de overkant, daar was veel bebossing. We konden dan zachtjes door de bebossing lopen en de grote grasvlakte beter overzien, terwijl we onopgemerkt de dieren konden benaderen.

Aan de overkant gekomen liepen we zachtjes langs de bebossing en beschenen de grasvlakte met onze zaklampen om te zien of daar harten aan het grazen waren. We zagen hier en daar wel kangoeroes die aan het grazen waren, en weg rennende zwijnen, maar nog geen herten.

Na een half uur gelopen te hebben, scheen ik met mijn zaklamp recht voor mij uit. Tussen de bosjes zag ik een tiental glinsterende lichtjes: hertenoogjes. Ik wenkte naar Saimin, en wees met mijn vinger naar de plaats waar de herten stonden. Saimin bracht zijn vinger naar zijn mond, om aan te geven dat we nu stil moeten zijn. Voorzichtig liep ik vooruit en zo min mogelijk geluid makend in de richting van de herten, want bij het minste geluid zijn ze vertrokken, en ondertussen met het licht van mijn zaklamp spelend. Dit moet je doen als je in het donker een hert tot op schotafstand wil benaderen.

Toen ik op schotafstand ben genaderd, zag ik in mijn licht van mijn zaklamp een aantal herten staan, waaronder een grote zesender. Het was een groot edel hert een tanduk bungkus . Ik zette het geweer aan mijn schouder en richtte op de zesender. Ik schoot en trof het dier in zijn blad. Ik zag het dier omtuimelen en ik wist dat hij dood was.

Na het schot vlogen de andere herten alle kanten op. We liepen naar het dier toe, en zagen dat hij dood was. Het was een hert van om en nabij de zeventig kilo, en omdat het een tanduk bungkus is, was het dier niet mager maar heel dik. We maakten een vuurtje, zodat we wat meer licht hadden en slachtten het op een speciale manier, zodat we het op onze brommers konden vervoeren .

Ik vroeg aan Saimin “is dit genoeg”, en hij knikte. Nadat we het dier geslacht hadden, ook de babat en de lever namen wij mee, liepen wij naar onze brommers en reden terug naar de plaats waar het hert lag. We laden het dier op onze brommers, en gingen nog even voordat we naar huis reden rond het vuurtje zitten en een klein stukje vlees roosteren. We hadden nu voldoende vlees voor de selamatan Voorzichtig reden we weer naar huis. De terug reis duurde wat langer. Het was nog een behoorlijke spannende rit.

Op de selamatan was het gezellig. Er waren veel genodigden en het eten was verrukkelijk. Ik heb dan ook erg genoten.

Uit één van mijn jacht verhalen.
Charles Heijnen.

Reacties op dit artikel via het prikbord